Dorestad

Dorestad was een stad aan de Rijn tussen ongeveer het jaar 620 en het jaar 880, dat lag ter hoogte van Wijk bij Duurstede. De stad heeft zo'n 260 jaar bestaan, was een van de belangrijkste plaatsen van Noordwest Europa en tevens de grootste plaats van de lage landen. In de hoogtijdagen woonden er 2500 tot 4000 mensen.

Dorestad dat oorspronkelijk Wicus Portus heette, lag zeer strategisch. Het verbond Frisia, Noord-Duitsland en Scandinavië per schip met het Duitse Rijnland en tegelijkertijd had het verbinding met Engeland, de Schelde en Noord-Frankrijk. Uit archeologische opgravingen onderscheidt men drie delen van Dorestad:

De benedenstad
Het noordelijke oudere deel lag ter hoogte van de Hoogstraat, waar een haven was. De haven bestond uit vele steigers die diep in de brede rivier staken. Historici schatten dat er 150.000 tot 200.000 palen hebben gestaan. Omdat de rivier zich steeds verder verplaatste naar het oosten, waren steeds langere steigers nodig. Achter de haven was een handelsruimte en daarachter lagen agrarische nederzettingen.

De bovenstad
Het zuidelijke later gebouwde deel lag iets ten noorden van Rijswijk, waar ooit het Romeins Castellum Levefanum stond. De Nederrijn liep toen zuidelijker en maakte een ruime bocht richting het noorden.

Het tussendeel
Dit bestond uit lintbebouwing langs de rivier. Hier vonden ambachtelijke werkzaamheden plaats. Op het terrein van de woonwijk Veilingpark is dit ook teruggevonden. Van noord naar zuid was Dorestad drie kilometer lang.

Ontstaan
Aan het begin van de zevende eeuw ontstaat Dorestad. Het gaat goed met Friezen in het westen en steeds vaker verschijnen ze in Dorestad. De Franken vinden dat 'hun' Dorestad teveel onder Friese invloed is gekomen. Rond het jaar 630 komt de Merovingische koning Dagobert I (Franken) naar onze streek. Hij zorgde voor structuur en bracht Utrecht, Dorestad en het Kromme Rijngebied onder Frankisch gezag.

Dorestad was een belangrijke handelspost in dit grensgebied en tussen het jaar 630 en 719 een speelbal van beide volkeren. In het jaar 689 volgde de Slag bij Dorestad, waarna in het jaar 719 Dorestad definitief in handen kwam van de Franken. Hierna kon de stad verder opbloeien.

Ruim een eeuw lang ging het economisch goed, tot het jaar 834 toen de Noormannen Dorestad bereikten. Aanvallen vielen plaats in 834, 835, 837, 846 en 847. In 850 werd Dorestad bezet door de Denen. In 857 en 863 volgde er nog een plundering door rondtrekkende groepen manschappen. Dorestad viel toen onder Deens toezicht. Elke keer wist de stad zich te herstellen en dusdanig veel rijkdom te verzamelen, waardoor het weer aantrekkelijk werd om te worden geplunderd.

Verval van Dorestad
Er zijn meerdere redenen aangedragen voor het verval van Dorestad. De verlanding van de Kromme Rijn was een serieuze reden. Dit doordat de Nederrijn zich verlegde en ineens meer water richting De Lek stuurde. Bovendien wist de Lek een rivierbocht zodanig uit te slijpen, dat de Bovenstad werd afgescheiden van de Benedenstad. Anderzijds speelde ook een rol dat Dorestad na de bezetting door de Noormannen economisch geïsoleerd werd door de Franken.

De agrarische nederzetting die overbleef werd Wijk genoemd. De bewoning concentreerde zich rond de Steenstraat/Hendrikweg. Toen in 1270 Kasteel Duurstede (afgeleid van de naam Dorestad) werd gebouwd, ontstond de naam Wijk bij Duurstede. In de tweede helft van de 15e eeuw komt Wijk bij Duurstede tot bloei als de Utrechtse bisschop David van Bourgondië hier gaat wonen.



Wijk bij Duurstede

> De gracht van Wijk bij Duurstede
> De dam van Wijk bij Duurstede
> De inlaat in Wijk bij Duurstede
> Van Wijk bij Duurstede naar Cothen